sluit menu menu

Geschiedenis

Van wasserij tot Chocoladefabriek

De geschiedenis van Klein Amerika 20 in Gouda
Aan de rand van de historische binnenstad van Gouda staat aan Klein Amerika 20 een gebouw dat tegenwoordig bekendstaat als de Chocoladefabriek. Dagelijks komen er mensen om boeken te lenen, archiefonderzoek te doen, te werken, te eten, cursussen te volgen of deel te nemen aan culturele activiteiten. Maar de geschiedenis van deze plek gaat veel verder terug dan het huidige gebouw. Voordat hier chocolade werd gemaakt, was het terrein onderdeel van de Goudse wasserij-industrie. Later werd het een chocoladefabriek, vervolgens een gemeentelijk gebouw en uiteindelijk een culturele ontmoetingsplek.

Klein Amerika: een plek van groen én industrie
Klein Amerika ligt direct buiten de historische binnenstad van Gouda. Het gebied buiten de singels werd in de negentiende en twintigste eeuw steeds meer gebruikt voor bedrijvigheid. Tot circa 1850 was Klein Amerika onderdeel van het bolwerk dat hoorde bij de Tiendewegpoort. Uit het kadaster weten we dat er in de negentiende eeuw vooral veel ‘opgaande bomen’ stonden. Na de afbraak van de stadsmuur werd aan de overkant van het water een wandelplantsoen aangelegd, dat een uitloper had op het bolwerk. In het midden van de negentiende eeuw werd het bolwerk doorgraven, toen de singel werd verbreed en uitgegraven ten behoeve van het gemaal aan het einde van de Fluwelensingel.

In de negentiende eeuw was vooral de wasserij- en blekerijsector belangrijk voor Gouda. De Goudse textiel- en wasserijbedrijven maakten gebruik van water om linnengoed en ander textiel te wassen en te bleken. In de loop van de negentiende eeuw werd de stoomkracht steeds belangrijker. In 1876 werden bijna alle Goudse blekerijen door stoomkracht aangedreven.

De Rijzende Zon van de familie Daalmans
Een van de bedrijven die hier gevestigd was, was de Koninklijke Stoomwasserij De Rijzende Zon, van de firma Daalmans & Co. De bedrijfsgebouwen stonden aan de Fluwelensingel/Klein Amerika. Uit de bouwdossiers blijkt dat het bedrijf hier in het begin van de twintigste eeuw verschillende uitbreidingen uitvoerde. Zo werd er onder meer een ijzeren schoorsteen gebouwd, kwamen er wasgoedsorteerlokalen en werd de stoomwasserij meerdere keren uitgebreid. In 1929 en 1936 werden opnieuw uitbreidingen en verbouwingen uitgevoerd. Er waren verschillende gebouwen, werkruimtes, machines en een ketelhuis nodig om de wasserij draaiende te houden.

Werken in een stoomwasserij
Het werk in een wasserij was niet licht. Grote hoeveelheden linnengoed moesten worden gesorteerd, gewassen, gedroogd, gebleekt en verder verwerkt. De komst van stoommachines maakte een veel grotere productie mogelijk, maar bracht ook risico's met zich mee. De stoomketel was het hart van een dergelijke fabriek. Water werd onder hoge druk verhit en de geproduceerde stoom werd gebruikt om machines aan te drijven en processen te verwarmen. Voor de werknemers betekende dat een industriële werkomgeving met hitte, vocht, lawaai en zware machines. En soms ging het ernstig mis.

De ramp van 1919
Een van de meest dramatische gebeurtenissen uit de geschiedenis van deze plek vond plaats in 1919. De stoomketel van wasserij De Rijzende Zon explodeerde. De gevolgen waren verschrikkelijk.

Twee meisjes die op de zolder boven de ketelruimte aan het werk waren, kwamen om het leven. Acht andere mensen raakten gewond. De explosie was zo krachtig dat de ongeveer 2.000 kilogram zware ketel tientallen meters werd weggeslingerd en bovenop het bed van de bejaarde mevrouw Daalmans Jaspers terecht kwam.

De neergang van de wasserij-industrie
Na de Tweede Wereldoorlog veranderde de wasserijsector ingrijpend. Nieuwe chemische reinigingsmiddelen maakten de bedrijven minder afhankelijk van schoon oppervlaktewater. Tegelijkertijd veranderde het dagelijks leven thuis: steeds meer Nederlandse huishoudens kregen een wasmachine. Daardoor werd de traditionele industriële wasserij steeds minder belangrijk. Ook in Gouda nam het aantal blekerijen en wasserijen af. Het industriële gebied rond Klein Amerika kreeg daardoor geleidelijk andere functies.

De familie Steenland
In 1899 begint de 29-jarige banketbakker Gerardus Theodorus Steenland een winkel annex brood- en banketbakkerij aan de Kleiweg. In 1966 breidt Steenland ook uit met de fabricage van suikerwaren en chocolade holfiguren. Een van de meest bekende producten wordt de chocolademunt. Na de Tweede Wereldoorlog groeit Steenland sterk. De zonen van de oprichter, Theodorus Ignatius (Theo) en Hendrikus Ignatius Theodorus (Henk), krijgen de leiding over het bedrijf. De vraag groeit zo sterk dat een grotere fabriek nodig is.

Steenland komt naar Klein Amerika
Steenland koopt in 1962 het Daalmans-complex op Klein Amerika. In eerste instantie gebruikt Steenland bestaande gebouwen op het terrein voor de chocoladeproductie. Maar ook die zijn uiteindelijk niet groot genoeg. Daarom wordt besloten een compleet nieuwe fabriek te bouwen. De eerste paal wordt door burgemeester van Dijke geslagen op 14 januari 1971. In 1972 wordt het nieuwe fabrieksgebouw, ontworpen door architectenbureau Stuurman en gebouwd door Aannemingsbedrijf Korteweg, aan Klein Amerika in gebruik genomen. Vanaf dat moment werd Klein Amerika 20 een plek waar duizenden liters vloeibare chocolade worden verwerkt tot chocolade sigaretten en munten en paas- en sintfiguren.

Hoe de fabriek eruitzag
Bij de bouw en opening wordt een speciale uitgave gemaakt, waarin een verslag staat van het uiterlijk van de fabriek.

‘Als je op de plaats van bestemming bent aangekomen en je dat machtige nieuwe gebouw voor je ziet oprijzen, dan sta je toch wel even met je ogen te knipperen en denkt dan bij jezelf, hoe is het mogelijk dat zo iets in wezen in één generatie tot stand is gebracht? Het gehele produktiebedrijf is air-conditioning en van dubbel zonvrij thermoplane glas voorzien. Door het aanbrengen van al deze voorzieningen heeft men de temperatuur en de vochtigheidsgraad volkomen in de hand. Dit is een eerste vereiste voor het vervaardigen van eerste klas chocolade produkten. De gehele produktie-afdeling is voorzien van een mooie rustgevende betegeling.

Verdergaande met onze rondwandeling kwamen wij bij de prachtige nieuwe "Colman" installatie voor het vervaardigen van de bekende holfiguren en paaseieren. Wij hebben gezien hoe in een enorm tempo de holfiguren in dit produktie-apparaat werden voorzien van een bepaald gewicht opgeloste couverture en na vele rondwentelingen in een koelbaan werden afgekoeld en gehard, en automatisch de holfiguren uit de vormen kwamen. Daarna worden de figuren door vlugge meisjeshanden verder verwerkt.’

Het leven van de chocoladefabriek aan Klein Amerika duurde slechts 10 jaar, in 1982 verlaat Steenland het gebouw. De aanvraag tot het bouwen van een brood-en banketfabriek naast de Chocoladefabriek wordt afgewezen. De gemeente en Steenland maken een deal: de gemeente krijgt de grond aan Klein Amerika en de Chocoladefabriek, Steenland krijgt nieuwe bouwgrond in de Goudse Poort en 7,5 miljoen gulden. Tegenwoordig zit het hoofdkantoor van Steenland Chocolate b.v. nog steeds in Gouda, namelijk aan de Burgemeester van Reenensingel, geopend op 12 mei 1982. Het is de grootste producent van chocolademunten ter wereld. Zo ligt er op bijna elk hotelbed in Las Vegas een chocolademunt van Steenland.

Het stadskantoor
Na Steenland wordt het gebouw overgenomen door de gemeente Gouda en in gebruik genomen in 1984 als Stadskantoor met de naam Buytenerf. Sommige bezoekers van de Chocoladefabriek verzuchten nog wel eens dat ze hier hun kind hebben aangegeven bij de burgerlijke stand of naar de balie van de sociale dienst moesten. Het stadskantoor heeft nog andere vestigingen aan de Nieuwe Markt en de Antwerpseweg. In 2012 wordt het nieuwe ‘Huis van de Stad’ geopend aan het Burgemeester Jamesplein bij het spoor en verliest het gebouw deze openbare functie.

De verbouwing tot Chocoladefabriek
In 2013 wordt het voormalige stadskantoor grondig verbouwd om een onderkomen te maken voor de stadsbibliotheek, het Streekarchief Midden-Holland, de Drukkerswerkplaats en horeca Kruim. Bij de herontwikkeling werd niet geprobeerd de industriële geschiedenis volledig weg te poetsen, maar architect Jan-David Hanrath maakte het verleden van Steenland onderdeel van het nieuwe ontwerp. De huidige Chocoladefabriek heeft bewust elementen van de oude fabriek behouden. Ontwerper Florian de Visser maakt een uniek vloerontwerp waarin je kunt zien hoe de Chocoladefabriek destijds was ingericht. Kijk dus vooral naar de grond en ontdek waar de chocolade werd binnengereden, waar de mensen aan de productielijnen stonden en waar de chocoladefiguren in veelkleurig folie werden gewikkeld. Ondertussen hebben vanaf 2022 meer organisaties het gebouw betrokken, zoals het Taalhuis Gouda, de Techniekwerkplaats, VRSpace, Cedit en Mirakel Musicalschool.

Het tegeltableau
In 1949, ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan wordt door het personeel een tegeltableau aangeboden aan de directie. Dit tegeltableau heeft lang gehangen in een pand van de bakkerij aan de Nieuwe Haven. Ergens in de zeventiger jaren wordt het stuk gereden door een achteruitstekende vrachtwagen. In 1982 bij de opening van de nieuwe Chocoladefabriek aan de Van Reenensingel laat het personeel in het diepste geheim een nieuw tableau maken door plateelschilder Jan van Gijzel. Het heeft dezelfde onderdelen als van het oude tableau, met toevoeging van de nieuwe fabriek. Dit tableau hangt nog steeds in de fabriek. Van de overblijfselen van het oude kapotte tableau wordt een nieuwe lijst gemaakt die in 2014 door Gerard Steenland geschonken wordt aan de nieuwe culturele Chocoladefabriek. Het hangt nu toepasselijk in de Steenlandzaal.

Bronnen